Lijfrente: banksparen of verzekering?

Vóór januari 2008 was er maar één manier om een aanvulling op je pensioen te verkrijgen: door middel van een lijfrenteverzekering. Dit is een levensverzekering waarbij premie (periodiek of eenmalig) wordt betaald aan een verzekeringsmaatschappij. Maar wat is nu het verschil tussen een traditionele lijfrenteverzekering en een bancaire lijfrente? En wat wordt het: banksparen of verzekering?

In vroeger tijden, dat wil zeggen: vóór januari 2008, hadden verzekeringsmaatschappijen het alleenrecht op het aanbieden van (pensioen)producten met belastingvoordeel. Met het in werking treden van de Wet Banksparen is dit echter allemaal veranderd: ook beleggingsinstellingen en banken zijn welkom op deze altijd veranderende markt. Dit leidde tot een nieuwe vorm van lijfrente, de bancaire variant. Deze lijkt op veel punten op de traditionele lijfrenteverzekering, maar er zijn wel degelijk een flink aantal verschillen waar je rekening mee moet houden.

De één z’n dood….

Banksparen of verzekeringEen traditionele lijfrenteverzekering eindigt bij het overlijden van de verzekerde. Het woord ‘lijf’renteverzekering geeft al aan dat er sprake is van een verzekering op een ‘lijf’, een leven dus. Kom je voortijdig te overlijden, dan is er van een lijf geen sprake meer en stoppen de uitkeringen van de verzekeringsmaatschappij. Extra wrang is het wanneer je overlijdt vóórdat de lijfrente is vrijgekomen: de betaalde premie valt dan in het geheel toe aan de verzekeringsmaatschappij. Bij een bancaire lijfrente daarentegen komt het opgebouwde tegoed vrij ten gunste van je erfgenamen. Wil je graag een traditionele lijfrente maar toch financiële zekerheid voor je nabestaanden? Dan kan je overwegen om een lijfrenteverzekering af te sluiten met meerdere begunstigden.

Over sterven gesproken: het klinkt wellicht wat luguber, maar bij een traditionele lijfrenteverzekering moet er altijd sprake zijn van een reële sterftekans gedurende de looptijd van de verzekering. Bij een levenslange uitkering is dit geen probleem; overlijden doen we allemaal, de vraag is alleen wanneer. Bij een tijdelijke uitkering daarentegen moet de kans op overlijden gedurende die periode ten minste 1% bedragen. Bij banksparen geldt deze voorwaarde niet.

Banksparen of verzekering, denk aan het depositogarantiestelsel

Hoewel er van een overlijden geen sprake is, kan een bank of verzekeraar wel degelijk het loodje leggen. Maar wat gebeurt er in dat geval met de door jouw betaalde premie? Heb je een bancaire lijfrente oftewel een lijfrentespaarrekening, dan valt je opgebouwde tegoed onder het depositogarantiestelsel. Bij een traditionele lijfrenteverzekering daarentegen is geen sprake van een gegarandeerd vangnet.

Levenslang

Een derde, niet geheel onbelangrijk verschil is de mogelijkheid tot een levenslange uitkering. Bij een traditionele lijfrenteverzekering is dit mogelijk, bij een lijfrentespaarrekening echter niet. Dus waarvoor kies je: banksparen of verzekering?

Geplaatst in: Soorten lijfrente

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *